Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Pazzi-samenzwering, — waaronder een bisschop in vol ornaat — buiten de vensters van hun eigen paleis liet ophangen, was dat eenvoudig de daad van een realist, van een man, die weet dat hij „hamer of aambeeld" moet zijn, die vastberaden en koelzinnig handhaaft wat hij bezit, maar die zich niet inbeeldt, dat bij de „onverlaten", die zich aan zijn goddelijke persoon vergrepen hebben, hun „gerechte straf" doet ondergaan. De krachtige individualist kent zijn eigen methoden en zijn eigen wegen en weet dat ze precies als die der anderen zijn. Hij heeft de fictie van zijn „goddelijkheid" niet noodig om zich te handhaven. Zijn Recht is het uitgesproken Recht van den Sterkste.

De inbeelding van eigen „goddelijkheid" — algemeen, naar we weten, onder de vorsten van de zeventiende eeuw — is de steun der innerlijk zwakken en hun daarom „van Godswege" toebedeeld. Want in een gezonde maatschappij is ook de koning, zelfs een brillant en schijn-sterk koning als bijvoorbeeld Lodewijk XIV, maatschappelijk, dat wil zeggen: egocentrisch en innerlijk zwak. Een individualist alleen kan Uebermensch zijn, alle zelfmisleiding derven en dan nog in geweld en tyrannie zich staande houden, en dat is kracht; Napoleon zou hebben kunnen, hebben durven heerschen met Macchiavelli's „Vorstenschool" in de hand — Lodewijk XIV had de fictie van zijn goddelijkheid van noode om te durven zeggen: ,,1'Etat c'est moi" en zijn „bon plaisir" te doen gelden als wet. Hoe zwak is een Lodewijk XIV bij een Lorenzo de Medicis! Het schijn-krachtige ,,1'Etat c'est moi" is alleen naar den vorm een woord van zelfbewust individualisme — in wezen is het de uiting van de opperste Autoriteit, die zich weet gedragen door de religieuze adoratie van een volk, en vooral door den in het dogma zijner goddelijkheid uitgedrukten wil van een God. De sterke vorst is Macchiavelli's Vorst, die alles wat zijn

Sluiten