Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deïstische en verdraagzame jonge jaren zijn „Utopia" droomde, blijkt overal uit het boek zelf. Wanneer de vrienden van den filosofischen wereldreiziger Raphael Hythlodee, Vespucci's reisgenoot, dezen aansporen dat hij zijn verheven en zuivere inzichten in dienst van een koning moet stellen tot heil van diens land, dan antwoordt Raphael met een moedelooze herinnering aan Plato's ervaringen bij den Tyran van Syracuse! Het lot van den rechtvaardige, die niet alleen geen onrecht zou willen doen, maar ook niet daaraan medeplichtig zijn door het te dulden, en die duS in de raden van Koningen en Grooten niet zou willen en niet zou mogen zwijgen, omschrijft Morus juist zooals Plato dat beschreef en met zeer concrete toelichtingen, die duidelijk betrekking hebben op toestanden in zijn eigen tijd, maar die daarnaast ook de eeuwige onverzoenlijkheid tusschen Recht en Macht helder in bet licht stellen. Hier is dus weer de onbevangen blik en de werkelijkheidszin van den Renaissancist, na de exaltatie en de verblinding der Middeleeuwen.

Maar daarmee is de overeenkomst dan ook vrijwel uit — en terwijl Plato den vollen nadruk legt op de noodwendigheid van een streven naar zedelijke volmaking, en voor het stichten van zijn heilstaat een „geslacht van filosofen" veronderstelt en vereischt — is voor Morus de heilstaat eenvoudig het land, waar iedereen genoeg te eten heeft. Dit wordt schier woordelijk gezegd in de zooeven genoemde Inleiding.

Deze bevat een merkwaardig gesprek tusschen den füosoof-wereldreiziger en Morus, waarin over de zelfzucht en hooghartigheid der koningen, „voor wie ministers en knechten hetzelfde zijn" onomwonden wordt gesproken, en over de nutteloosheid van elke poging, heerschers en grooten, die slechts op eerzucht en gewin uit zijn, toegankelijk te maken voor idealistische gevoelens en filo-

Prometheus. 16

Sluiten