Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkeen genoeg te eten heeft, is daardoor nog geen stap verder op den weg der wezenlijke volmaking.

Het primitieve en onrijpe van die premisse is de reden dat waar Plato's Staat ons nog immer treft en boeit door verheven ernst, Morus' „Utopia" de volwassenen van heden aandoet als een kindervertelsel. Want Morus weidt wel in den breede uit over het maatschappelijk leven der Utopiërs, hun afkeer van opschik en pronk (maar curieus genoeg, niet van tafelgenot) hun minachting voor goud en zilver, die ze met een kinderlijken ophef die aan hedendaagsch propaganda-socialisme doet denken, voor nachtmeubels en slavenketens gebruiken, hun geringschatting voor diamanten, welke zelfs geen vrouwensmuk, maar kinderspeelgoed zijn — en blijkt hieruit niet weer duidelijk de onartistieke aard van den lateren martelaar Morus, van den martelaar in het algemeen?! — van hun werkverdeeling en ceremonieën, hun abattoirs en markten, maar niets van hun innerlijke gesteldheid en waarin nu ten slotte deze lieden boven ons en anderen uitmunten, zoo dat ze bij zooveel vrijheid zich zoo volgaarne naar de wetten schikken. We vernemen slechts, dat ze „van Grieksche afkomst" zijn en leeren uit deze nadere mededeeling wel nogmaals waar de sympathieën van Morus en van zijn ganschen tijd te zoeken zijn, maar niets omtrent het zedelijk karakter der schimmige heilstaatbewoners.

Beschouwd in zijn tijd, zoo kort na de Middeleeuwen, is Morus' boek zeker verbazingwekkend: het is anti-militaristisch en communistisch, het laat echtscheiding toe en predikt godsdienstverdraagzaamheid. Doch dit alles is even onvoldragen als het „vrijheidsbeginsel" der Reformators en schrikt van alle consequenties terug.

Want de gepredikte „verdraagzaamheid" geldt natuurlijk slechts onder voorbehoud van de voortreffelijkheid des

Sluiten