Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de weigering om in zake van schatting en verdeeling te beslissen, de afkeer van feitelijk autoriteitsvertoon door het gevoel „wie ben ik dat ik rechten zou?" — al deze en andere trekken, die tot het wezen van den wijzen rechtvaardige behooren en dus ook tot Sokrates' wezen, zoo goed als tot dat van Christus — het zijn voor Bossuet slechts de bewijzen van Jezus' gehoorzaamheid aan de „Openbare Orde", zijn onderwerping aan het „bevoegde gezag". Daarom spreekt hij dan ook niet tegen Herodes, die geen „officieele bevoegdheid" meer had in Jeruzalem! Het bekende schoone woord „Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld" bedoelt, volgens Bossuet, de autoriteiten gerust te stellen omtrent zijn bedoelingen, hun te verzekeren, dat hij hun concurrent niet is. ») En ten slotte bestraft Jezus zijn volger Petrus, als deze des overpriesters dienstknecht een oor afhouwt, niet om het principieel-onchristelijke van die daad, maar omdat

Petrus zich vergrijpt aan de Openbare Orde!

De zeer duidelijke en zeer ondubbelzinnige woorden, waarin de berisping is vervat, „want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan" — heeft de opvoeder van den zoon Lodewijks, de gezaghebbende man in het lustig-oorlogvoerend en tierigduelleerend Frankrijk van de zeventiende eeuw er maar niet bijgezet — en zoo verschijnt Jezus den lezer en toehoorder van Bossuet's preeken als de gehoorzame die zich laat kruisigen, alleen omdat men het hem gelast — en die alleen daarom ook de „twaalf legioenen engelen" niet inroept tot zijn bevrijding. Maar dan zijn die „bevoegde autoriteiten", die niets deden, dan waartoe Jezus-zelf hun het recht gaf, het recht dat Bossuet als „heilig" beschouwt, dan zijn die' Romeinsche en Joodsche autoriteiten ook vrij van allen

i) Op dezelfde wijze speelde Napoleon de tekst later uit tegen de weerspannige Roomsche geestelijkheid te Breda.

Sluiten