Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de auteur niet alleen naar den inhoud, maar ook naar den vorm binnen enge grenzen gebonden is.

De volkomen vrije vorm van het Renaissance-drama, waarvan de Shakespeareaansche drama's de schoone uitingen zijn, kan in een gereglementeerde maatschappij geen bijval meer vinden, het collectiviteits-instinct, hier te noemen „academisch" instinct verzet zich dok daartegen, en zal er zich tot in de achttiende eeuw tegen blijven verzetten; Lessing zal, tegelijk met bet „burgerlijke drama" pas weer Shakespeare in eer herstellen. De „Bossuet" van de dramatische kunst heet zooals we weten van ouds Aristoteles — en zijn alleen-zaligmakende leer is de leer eener Drie-eenheid, die van tijd, plaats en handeling. Wanneer we ter zijner tijd over de achttiende eeuwsche critiek zullen spreken en met name over Lessing, den grooten bevechter van onverteerde regels en onbegrepen tradities, dan zullen we in dit slaafsche (en dikwijls averechtsche) navolgen der Aristotelische grondbeginselen ook weer een merkwaardig voorbeeld van „verwisseling van middel en doel" herkennen.

Wat het gezag Van Aristoteles beduidt voor het drama, zal dat van Boileau voor de dichtkunst beteekenen. Zijn „Art poétique" is een verzameling dogma's — die men wel eens de „Code Napoléon" der poëzie heeft geheet en — en leerstelligheden ten behoeve van hen, die het métier van dichten wenschen te beoefenen — want de „bevoegdheids-aas" wordt als steeds weer de hoogste troef in het maatschappelijk kaartspel — een soort receptenboek, waarin alle genres en hun verschillende eischen behandeld worden. Ook bier een overmatig hechten aan techniek en uiterlijke vaardigheid, bij en door een vrijwel ontbreken van innerlijke persoonlijke vrijheid.

Overal herkennen we aldus de neiging om den Autoriteit, den gezaghebbende, de bevoegdheid weer in de plaats van

Sluiten