Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten — heden tranen plengen op de graven hunner martelaren en morgen andersdenkenden als ketters verbranden, ze dwepen met „de waarheid" en liegen voortdurend zonder het te bemerken, ze schrijven op het eene blaadje: „Hebt elkander lief' en op het andere blaadje „Al te goed is buurmans gek." En dft alles en nog veel meer is mogelijk, zoo men hun maar één dag, één uur, één seconde geeft om te vergeten wat ze in het uur, den dag, de seconde tevoren hebben gedaan en gezegd. Want die onbegrensde gave om alles te vergeten, dat onbegrensde vermogen om alles te slikken (mits vooraf met „beginselen" toebereid), zoodat nooit twee „blaadjes" in hun bedenkelijke tegenstrijdigheid naast elkaar komen te liggen en ze dus van des levens levende tegenstrijdigheid levenslang het flauwste vermoeden niet hebben, is de grondslag van hun stelligheid en hun gemoedsrust, het behoud en de kracht van de organisatie die ze dienen.

Doch zoo goed als het schoone samenstel des Heelals toch niet de momenten buitensluit, waarin het „conflict" tusschen zon en maan de zonsverduistering veroorzaakt — zoo goed zal zich altijd een botsing tusschen twee tegenstrijdige eischen, die de maatschappij haar leden stelt, in het gemoed dier leden kunnen voordoen. Deze doet zich voor als b.v. een wiskunde-leeraar en een aardrijkskunde-leeraar een schooljongen voor precies hetzelfde uur een taak geven, die den arbeid van dat volle uur vereischt — als twee chefs den soldaat gelasten hetzelfde ding tegelijkertijd „wit" en „zwart" te noemen, of denzelfden man tegelijkertijd neer te schieten en te decoreeren. Eén uur, één oogwenk om het voorgaand oordeel te vergeten ware voldoende geweest, hij zou in volle gemoedsrust eerst voor „wit" en dan voor „zwart" getuigd hebben — maar voor beide tegelijk kan zelfs hij niet getuigen. Wat staat hem te doen? Voor zichzelf beslissen kan hij niet, zulks beduidt onderscheiding, critiek

Sluiten