Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en die mist hij, door zijn wezen, ongehoorzaam zijn mag hij niet en kan hij dus niet. Wat rest hem? Tusschen de beide dreigende chefs, die hij onmogelijk beiden gehoorzamen kan, staat hij en bibbert en ziet geen uitkomst, tot de hoogere Chef komt en zegt „nu moet het maar uit zijn."

Het conflict, dat niet door zijn toedoen ontstond, kan evenmin door zijn toedoen worden opgelost — van het begin tot het eind staat hij er buiten. Slechts één ding heeft hij van begin tot eind te doen: gehoorzamen. Voor het innerlijke conflict van het natuurlijke, het ware drama, treedt in het maatschappelijke drama het „Ongelukkig Toeval" in de» plaats, voor de innerlijke oplossing van het ware drama —I de ondergang, de dood, de boete, de verzoening, door het verloop dér gebeurtenissen noodzakelijk geworden — treedt in het maatschappelijk drama de autoriteit, die knoopen doorhakt, dan wel de hoogste Autoriteit, de Deus ex Machina in de plaats.

Naar dit toeval, zonder ruimen innerlijken zin, grijpt de schrijver van het maatschappelijke drama, in elke maatschappij, als naar het eenige „conflict" dat hem geoorloofd is, en dat hij begrijpt.

Dit conflict van den schooljongen met de twee meesters, die beiden wat anders van hem willen, van den soldaat met de twee chefs, die tegenstrijdige orders geven en den arme net zoo lang laten bibberen, tot een autoriteit den knoop doorhakt — is dan ook, ontdaan van zijn pompeusen praal, de geestelijke inhoud van „Le Cid", het drama van Corneille, dat meer dan een eeuw achtereen is bewonderd en gespeeld, dat elkeen uit de kringen, voor wie het was bestemd en aan wier leven het was ontleend, mocht hij overigens ook nog zoo ongeletterd en weinig-belezen zijn, had gelezen en gezien, zoodat we wel mogen aannemen dat het de idealen en inzichten der maatschappij, waarin het ontstond, zuiverlijk

Sluiten