Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet ook „overzichtelij V' worden zooals de wereld zelf.

Hier begint de confrontatie met het begin van het individueele lcfen, de confrontatie namelijk met de jeugd. De menschheid voelt zich geschonden niar lichaam en ziel, en dat moet „opgehevei" worden door het opsporen van de oorzaak. Het is in wezen de onverwoestbaar idealistische drang in den mensch. Men voel zich geschonden, maar gelooft toch heel fliep verborgen aan het ongeschondene. opsporen van de oorzaak gaat dan o<jk eigenlijk langs idealistischen weg, allejn al omdat het een teruggang is naar het prille en ongerepte, dat geschonden werd dfor het oude en verwelkte, door onbegrip en daarom door hardheid (het conflict tusschen het kind en zijn omgeving!).

Wij leven in een gistenden tijd; dit is een uitspraak, die zóó afgezaagd is, dat men haar bijna niet meer durft doen. Maar zij moet toch steeds worcfen gedaan, om met felle aandacht te kunn&i letten op datgene, wat er uit deze gisting aan het groeien is. De aandacht mag nimmer verslappen en zij moet scherp turen in den spiegel, waarin datgene te zien is, wat de menschheid innerlijk verontrust en stuwt. Zoo'n spiegel is bij voorbeeld de literatuur, doch deze spiegel is alleen zuiver en helder, als men let op de voortrekkers, niet op de na- en bijloopers.

Wie het leven van onzen tijd als in een helderen spiegel wil observeeren en mee¬

beleven, kan terecht bij den zoo juist door mij genoemden schrijver S. Vestdijk — misschien ook bij F. Bordewij k, x) die echter veel minder begaafd is dan Vestdijk en dus ook minder karakteristiek —, een geniaal psycholoog, die met vaste hand en verbluffende vaardigheid ontleedt en reconstrueert. Zijn meneer Visser („Meneer Visser's hellevaart") en Anton Wachter („Terug naar Ina Damman") kunnen alleen maar in onzen tijd geboren worden (en sterven?), evenzeer als zijn Johan Roodenhuis („Else Böhler, Duitsch dienstmeisje"; veel minder goed overigens dan de beide eerstgenoemde werken). Deze figuren zijn te herleiden tot hun jeugdconflict.

Slechts in het verband van dezen tijd zijn werken als van Vestdijk — ik noemde dezen schrijver, omdat hij, naar mijn overtuiging, wel het meest representatief is —te begrijpen, zooals zij op hun beurt ons weer onzen tijd duidelijker maken. De literatuur, en speciaal de literatuur, die zich stelt op het standpunt der psycho-analyse en dus het jeugdconflict tot uitgangspunt neemt, kan ons inzicht geven in de mentaliteit van onze generatie, die vraagt om het tastbare, het feit en het overzichtelijke, en dat alles in een sfeer, die niet vrij is van verlangen naar het prille en ongerepte. Nu, meer dan ooit, is de literatuur spiegel van den tijd.

H. AALBERS

i) Er zijn meer namen te noemen. A.

„De vreugde straalt slechts voor ons open, als wij ze met smart kunnen betalen", zoo zegt de Vlaamsche schrijver Lode Zielens.

Sluiten