Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heilige bisschoppen.... Haar „bidt voor ons" klinkt naar hen zeiven op, waar ze midden tusschen hen zit neergeknield. Ze staan om haar heen met hun harpen en zwaarden, met hun marteltuig, hun boeken, hun kromstaven en palmtakken. Haar hart is ruim en licht in hun nabijzijn. En vrij-uit kan ze vragen: „Alle Heiligen Gods, weest onze voorspraak/' en de vele nooden, zonden en gevaren opsommen, waarvan de Heer op hun bidden de menschen verlossen moet, vooral hen die uit Gods kerk verdwaald zijn en de genade verloren,

vooral haar, die arm is en in verdrukking van haar jeugd af

„O God, wees gedachtig aan mijne hulp. Heer, haast u mij te helpen. Dat zij juichen en verblijden allen die u zoeken"....

Haar stem is verstomd bij dit aanstroomen en ebben der gebeden diep in haar hart. Ze zit nog gebogen....

Tot een geruisen indebladerlaaghaar eindelijk doet opzien. Ze schrikt niet van den ouden grijzen hond, die aan de lantaarn snuffelt en dan goedig grommend naderkomt. Ze sluit het bidden, en 't eerst streelt ze het dier over den kop. Maar nu ze voetstappen hoort en den weg afziet, is ze verwonderd om de zonnigheid, die waast en wemelt door het bosch. Bijna duizelig wijkt ze naast het kruis weg voor de twee die komen, de een, nog bijna een jongen, een jager met boog en pijlkoker; naast hem een oude man in langen boerenkiel, met de leege weitasch over den schouder.

Verwonderd zien ze haar aan, terwijl ze schuw hun morgengroet beantwoordt. Maar de jongeman staat eensklaps stil, den hoed lichtend, en van den dennekrans om 't Christusbeeld naar haar ziende. Ze herkennen elkaar.

„Ben jijx 't, Anna? Zoo vroeg al zoo ver van de Laar?"

't Is Elbert van Isendoorn. Anna zag hem 't laatst drie

Sluiten