Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Geef hier en jij als de wind in 't livrei 't is minstens 'n uur rijden tot de Laar."

Berents is al weg. Hendrik vlecht onhandig het gouden koord om de handschoenknoppen. Dan zakt hij schrijlings op een stoel, de armen op de leuning kruisend, de kin voorover op de dof-geel geschoeide handen. Z'n blik zwerft door de kamer, waar op de tafel, over Fenne's boeken, allerlei kleedingstukken slingeren uit de leeggehaalde kast en laden; over de stoelen en het groot bed de plunje die hij uittrok; laarzen over den vloer; borstels, kammen, scheerbekken, poeierkwasten, leege doozen in de vensterbanken, over alles de muskusgeur die uit z'n kleeren wademt. Z'n gedachten zitten verward in al die lorren, en Berents' stem maalt hem door het hoofd — „Och!" — Met 'n ruk staat hij op: den mantel heeft hij vergeten. Die hangt daar vóór hem over den bidstoel. Z'n moeders bidstoel onder haar groot houten kruis. Die dingen? ja.... eigenhjk moesten ze weg met de heele santenkraam. Wijwatersvat, paternoster, de reliek van z'n patroon, — dat is allemaal opgeruimd, — en waar 't Moeder-Godsbeeld met de lantaarn hing tegen den muur, hangt nu 't rek met bogen, pijlen, pistolen, hartsvangers, armbussen en zinkroeren. Hij heeft Fenne ronduit gezegd van den bidstoel en het kruis niet te kunnen scheiden, niet om de dingen zelf, maar om z'n

moeder twaalf jaar was hij toen zij stierf Maar liever

moet hij nu den mantel omdoen. Soepel is dat fluweel, streelig in z'n handen, en het mat goudgalon doet mooi bij het dofglanzig bruin. Licht dat het mooi is — dertig van z'n schaarsche dukaten kon hij er voor neertellen! Alles van den verpanden Elscamp enkel voor z'n kleedij... Maar wat zorg? OP z'n toekomstig erfgoed is nog geld genoeg te borgen. Veel zal hij noodig hebben. Elke maand zóóveel om 't paard

Sluiten