Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoort hij het water kabbelen tegen het schip, hoort onder de ruischende golving den diepzang van den stroom

Hij voelt een hand op z'n schouder en ziet om in toe Boecop's blik.... „Sterk, Wilde Jager", denkt de vaandrig, en er flitst

spot uit z'n oogen „TJ moet gaan," weert hij de woorden,

die hij voelt komen, ,,'t is en blijft hier gevaarlijk."

„Maar u?"

„Ik! wel de hopman wacht me in Bacharach. Heel 't vendel. Vannacht nog 's aan den wijn — en morgen op tegen Spinola!"

„Ik dacht u te winnen tot m'n reisgezel naar Gelder. !Lokt Gelder dan niet?"

Vaandrigs lach klinkt luid en hard. „Landsman, span me geen Jezuïetische netten."

„Ach"....

„Ik weet, en vergeef, dat u naar zielen jaagt. Maar ik jaag evengoed." „Naar wat?"

„Naar de vergetelheid, 'k Moet naar de boot Goede

reis"....

„Gods geest geleide u in een effen land."

„Tegen Spinola!" roept de vaandrig, reeds op weg naar den oever.... „Groet Gelder en m'n verloren bruid!" Dat is 't laatste. Hij ziet niet meer om. Z'n boot schiet voort door het maanlicht. Z'n gewrichten kraken bij den te diepen slag der riemen, z'n spieren spannen zich, en hij klemt de tanden opeen.

„Met hem mee!" mokert het in z'n slapen. „Terug, naar dat voorgeborchte van m'n hel, waar vandaag Fenne en Wilt

misschien bruiloft vieren Hoor ik de muziek niet tot

hier! harpen, violen, clavecordes, tuba's over het water

dat danslied van toen: 't was a youthful knight which loved

Sluiten