Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gelukkig voor vader, die mee moest naar het toekomstig Ommensch huis, graag of niet."

Ze lachen. Anna denkt: „Moeder is even opgelucht als ik, nu Fenne van huis is." Maar ze zwijgt het, om de vroolijke stemming, die haar hart warmt, niet te storen. Reeds een uur zijn ze hier bezig in 't goudleeren kabinet, dat, aan het slaapvertrek grenzend, vrouwe Catharina's schatkamer is. Aan elk der drie goud-beglommen blauwe wanden staat een hooge, diepe eikenkast, alle drie nu met wijd open deuren. Tusschen de kasten en onder het breed kruisraam zijn tegen het muurbeschot bebeeldhouwde kisten met zilver- of kopersbeslag, ook rijk bewerkte leeren koffers — alle deksels open. Zij tweeën zoeken Fenne's uitzet bijeen.

,,'t Zal haar varen in 't Overijselsch binnenland. Heel de vesting Ommen misschien nog niet zoo groot als de Laar, en haar heele huis, met voorhuis, comptoor, woonkamer en keuken, de bovenzaal erbij.... kleiner dan onze hal!"

„Dan zal 't vol zijn met uw linnen alleen!"

„Als je hoort, wat er allemaal in moet! Turksche en Perzische tapijten, tafels, kasten en dressoren van sacredaan- en ebbenhout, fulpen stoelen, 'n zilveren servies en een van Indisch kraakporselein, overal schilderijen en groote Venetiaansche spiegels."

„Mij verwondert het altijd — ze is overigens zoo vreeselijk streng — dat Fenne zoo van weelde houdt."

„Da's het eenige, wat zevand'r moeder heeft!" lacht vrouwe Catharina. „Zooals jij je ijver, 'k Zou anders ook niet begrijpen, hoe zij en jij m'n dochters kunnen zijn.».. Zou je 't niet mooi vinden, ook zoo voor jou?"....

,,'k Had gemeend, dat Wilt vooral z'n huis heel strak en stemmig zou maken" .

Sluiten