Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd is er alleen het regelmatig hoefgetrappel der vier paarden in draf, 't gerammel der wielen. Soms roept Sofie, forsch en blozend, de eenige die haar bfijmoedigheid niet door, afmatting laat neerdrukken, Dirk of hem met haar jongensstem vraag of grap toe. Richt ze zich tot hem, dan schrikt hij op uit vaag gedroom en ziet niet haar, maar Anna aan. Hij is duizelig van de leege groene vlakte en het stralend middaglicht, 'n Ooievaar, die opvliegt bij de weisloot, jaagt z'n hart in schrik, zooals Sofie's uitroepen, waarvoor hij geen antwoord heeft, 't Is of hij zich niets meer herinnert en niets

meer verlangt 't Is genoeg hier voort te rijden, en opziende

den blik te zoeken, die door z'n verwondering z'n hart zoo vreemd bewegen doet.

Tot de boschschaduw hem opneemt. „Rij vooruit," wendt z'n vader zich om, „kondig onze komst bij Daam aan."

Met een vluchtigen groet naar Oen wagen keert hij z'n paard af, met een handdruk afscheid nemend van Stepraedt, die 't eerste zijpad naar Duistervoorde oversloeg om aanstonds het andere te nemen, dat een groote omweg is....

't Gerammel van den wagen verliest zich in de verte. Elbert is alleen. De beuken weven hun ijl rood Pinksterloover over hem. De hoefslag van den schimmel doft weg in 't zand. Vogels fladderen op, hier en daar, koolmees of houtduif, een

kraai Dan duistert de achterkant van den Cannenborg met

den zwaren verdedigingstoren. Paars-wazende schaduw nevelt van de muren. Wat lijkt alles hem vervreemd in dit doodstille middaguur! Ook binnen, zelfs Daam, die metsaamgeslagen handen z'n kort verhaal hoort van de overrompehng.. ..

Als hij op de brug den wagen staat te wachten, dien hij hoort aanrollen, lijkt zelfs de plotse angstige beklemming van z'n hart hem een droom....

Sluiten