Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dTTnJ^r 1°nwezei* «* de binnenschemer die doomt door den beeldenboog, hen in zich opneemt

Avondduister hangt reeds in degewelven, maar de vensters flonkeren van diepe kleur. In de banken zit hier en ö2el biddende, als een schaduw wegduikend. De ijzeren stap van de twaalf dreunt door het middenschip P

Ze gaan recht naar 't hoogaltaar. Christiaan hen voor

AposUbTS ^ ^ abSiS-2Uilen de twaalfzilverei tnsü^ f^-^r^ m^otte. Ze staan er rustig in den eigen glans, waarin de vensters hun kleuren regelen. Hun kleed en mantel zijn vol vouwen en kreXm

pal geplant Ze hebben goedige gezichten, en in de knoestige

of wapen. Ze kijken zorghjk en stil naar de twaalf^anTruÏL wijk, die ook m een kring hen spottend aanzien, lustig de hertog, drie stappen vooruit, den pluimhoed vanThoofd hcht en met diepe buiging de twaalf Apostelen groet

toon °we SPl6ekt Mj tOC °P -bauwden preektoon we zlJn gekomen 0ffl u te veriossen P

Want zondaars zijt gij, die hier werkeloos en roerloos staat

vol^rd dgen gl°rie- ^ « ^»

a^e voW V* T"*** ^ * ^ ™ °»der alle volken Verheugt u over de twaalf die gekomen ziin

umversum! Ge zult gaan, tot uw phcht en uw straf om nooit meer stil te staan - loopen en ïoopen zult ge Ztooi' meer te rusten. Pakt aan, twaalf van Bnmswijk». En Chnsüaan zelf stapt op Mattheus toe, zet hem van

aa~ Tf dzCnrnd- EV6n StEan ZC Van a« toï aangezicht, of ze elkaar meten, 't Beeld is het rijzigst en

Sluiten