Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot ontduiken en aanvallen, dan de zwaar-geijzerde piekeniers en kurassiers van den Keizer.

Zij schieten luk-raak en behendig met hun hanteerbare karabijnen, waar de keizerlijke musketiers moeihjk hun vijf voet lange loodzware vuurroeren op gaf felstokken moeten leggen en ze laden metkruithorens. Maar toch zijn ze niet opgewassen tegen de overmacht. Reeds wijkt de achterhoede naar de brug

En daar gaat eensklaps onder het voetvolk een schreeuw op: „De hertog is dood 1" —- aanstonds een geroep en een angst, die de wijkenden verwarren. Ordeloos stormen ze de brug op, dringen en woelen aan, radeloos stuwend om over de wijde open velden aan den anderen oever te vluchten voor het vuur en den dood. Maar de brug, vluchtig getimmerd van sparrestammen, deuren en schuurpoorten, schudt en kraakt onder den last van die honderden, donker saamgepakt op haar wankele palen, waggelt en kraakt ineen, de honderden slaken in het neerstorten een daverenden noodkreet, en de stroom, die zich opende om het zwart krioelen te verslinden,

sluit zich rustig over dat radeloos gespartel alleen wat

palen en planken dansen over het spiegelend gegolf, en hier en daar duikt het hoofd van een zwemmer op, die zich uit het

kluwen losworstelde Terwijl de brug ineenstortte, zijn

verderop de twaalf — Christiaan ongedeerd, hun aanvoerder — in woesten draf naar den Main gestormd, al hun ruiters hen

na Bij Hoest jagen mannen en paarden de rivier in, en

door het opstuivend, gulpend en schuimend water heen komen ze terug in het kamp.

Negenhonderd ontbreken er, als Christiaan appèl houdt. Die liggen in den Main verdronken of aan den rechteroever in het gras doodgebloed. De Brunswijkers zijn niet verslagen, 't Driemaal sterker keizerlijke leger heeft hén niet verplet-

Sluiten