Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keeren uit z'n gedroom. Los uit dat web? Voor de hoeveelste maal ontrukt hij er zich aan?

Hij weet wel, dat het de verteedering van den schemeravond is, die hem begoochelt, de geur van het dorrend hout en de herfstbladeren.... hém, Brunswijk's kolonel, van alle zonden en feesten verzadigd.... Is en blijft in z'n hart dan levenslang die zieke plek? Overgevoelig is die.... en telkens wordt ze gekwetst en gedeerd door gedachten, die niet de zijne zijn en toch tot hem komen.... De ware hef de is 't, die ons

alleen ontbreekt

Gelukkig, dat er zoo groote beroering in 't kamp is In

den gloed van vlammende vuren en toortsen, rood in den dunnen avondmist, woelen d*e soldaten dooreen, riemen hun rustingen vast, vullen hun kruitgordels, laden de vuurroeren,

vegen zwaarden en pieken. Maurits is in aantocht

In z'n tent terug gespt Hendrik zich het kuras aan. „Dus eindelijk de Prins!" denkt hij met loomen weerzin. Want wat kan 't hem schelen, dat ze Spinola gaan verrassen en verslaan

en de belegerde stad ontzetten! Dood is hij voor 't leven,

sinds hij de met heimwee verlangde vaderlandsche lucht inademt, geen soldaat meer, niets meer dan die laffe nietsdoener,

die hij op den Cannenborg was De Prins? Bijna had ook

hij hem gediend, als niet die Laarder feestdag dat andere feest had doen beginnen, dat feest van hém, dat woeste en moedwillige levensfeest Wat, als hij met Karei was meegereden,

naar Den Haag ? Dan reed hij nu wellicht naast Karei naar dit

kamp waar hij nu al is! Dus hij is Karei vóór! Zal hij

komen? Zullen ze elkaar zoeken en zien? Vond hij hem om te vragen naar de Laar!... . Hoe, als hij vóór middernacht bij

hem is en over de Laar vraagt en hoort? Over Fenne

Ineens leeft hij op tot spoed, want het nieuw verlangen

Sluiten