Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft hem meteen in z'n macht: Karei weerzien en over Fenne hooren.

Hij heeft geen rust meer tusschen den krioelenden troep. Hij laat z'n landsknecht de paarden zadelen van hem en z'n vaandrig.... Hij zal Maurits' leger tegemoet, al is 't hem niet bevolen. Op bevelen wachten de twaalf van Brunswijk nooit. ,

Als ze sprakeloos over den heirweg draven, de vaandrig en hij, wordt z'n hart aldoor ruimer en lichter. Hij gaat iets wonders hooren. Al wat hem deze weken kwelde en bezighield, tot straks 't laatst op den weg, 't was het voorgevoel van wat nu komen zal. Hij gaat hooren, dat Fenne ten slotte toch met met dien ander is vereènigd, en dat ze nóg thuis hém wacht. Omdat ze begrepen heeft, dat zij en hij, de twee zielen zijn, één-geboren, die rusteloos en zonder geluk zullen omdolen, zoolang ze elkaar niet gevonden hebben om over te gaan in één.... De rust voor eeuwig. Die hij buiten haar overal vergeefs zal zoeken. Hem trekt en dringt haar verlangen. ... En het is de hefde tot één, die hem ontbreekt om de hefde tot allen te winnen, het Rijk Gods.

Ze houden de paarden in en wijken tusschen de iepestammen want het dof gedommel, dat ze reeds lang vernamen, ontwart zich tot hoefgetrappel en gerammel van raderen, en uit de log stuwende donkerte, die aandringt langs den weg, maken zich de gestalten verenkeld los en komen rijen ruiters schaduwen. Als Hendrik ziet, dat er in de overduisterde kornetten geen hopman van soldaat te onderscheiden is en alle gezichten onder hoeden en helmen schimmig en onherkenbaar zijn, wendt hij 't paard om, en in woesten draf gaan * ze boodschappen in 't kamp, dat de Staatschen naderen.... In 't gewoel na de aankomst der voorhoede vindt hij Karei

Sluiten