Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met heimwee in de matte oogen kijkt hij naar de kauw. Hij is ziek. Eiken winter is hij ziek, als de jacht stilligt en het huis van bezoekers leeg. Maar ditmaal is 't erger. Sinds Fenne met haar drie kinderen op de Laar is, heeft hij geen goed oogenblik meer gehad. En Fenne kwam al vóór Kerstmis, om hier diep in de Veluwsche bosschen veilig te zijn, nu 's lands oostelijke grens bestookt wordt door de Spanjolen en door Tilly's overwinnende troepen. Heer Herman heeft geen rust onder Fenne's straffe oogen, die alles doorgronden en afkeuren wat hij denkt en doet. Fenne's teksten maken z'n geweten wakker, maar het geroezemoes van Fenne's kinderen sust het weer in.... God zal 't hem vergeven, dat hij den geest niet boven het stof kan verheffen bij dit tateren en dodijnen, dat hij geen kerel is om heilig, matige en godzalig te leven in deze tegenwoordige wereld! Toch zitten de teksten hem tegelijk met de kou in het lijf en de pijn knaagt overal. Hij kucht en rochelt. .Soms blijft bij 'n dag in bed, maar dan komt de moedeloosheid erger over hem dan 't ziek-zijn. Hij houdt het alleen in de stilte niet uit....

Grommig is hij dezen nieuwen Maandag begonnen. Hij wil geen bier of brood, wil niet aan tafel, ergert zich om katijvige Brecht, die aan den anderen haardhoek Fenne's wiegekind op haar schoot in slaap sust, ergert zich om Fenne's lezen over alles heen en tegen alles in-, is kwaad om dat enge hok hier, waarin ze zoo armoedig zitten saamgekropen....

„De strik des vogelvangers, de zeer verderfelijke pestilentie," leest Fenne, en hij en de kauw zien elkaar door de teenen trahes aan ....

Als er niet gauw iets goeds gebeurt op de Laar, loopt het mis met hem! Karei moest komen! 'n Manskerel die praat over de soldaterij. Aan Karei zou hij z'n hart kunnen ophalen Ziet

Sluiten