Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem paard en slee nemen en naar Arnhem rijden, misschien den dokter meebrengen."

'n Priester," verbetert heer Herman, die stil zit te luisteren, nu er uitkomst daagt. .

„Allebei, vader " Maar als ze bij de deur nogeens bezorgd

omziet, staat haar moeder achter den bedstijl heftig „neen" te schudden, ,,'n priester in geen geval," en ontsteld beduidt ze: „Om Fenne...."

□ □ □

De brug van den Cannenborg is opgetrokken. Maar 't ijs vloert nog de gracht, en Anna weet den weg achterom den toren naar het smalle poortje, dat toegang geeft tot kelders en keukens. Ze staat vreemd op dien drempel, die anders door het grachtwater wordt bespoeld. Ze klopt aan en luistert, dicht tegen het deurtje leunend. Ze hoort binnen een koe loeien, varkens knorren, en een dof gemompel van veel stemmen dooreen, een kind dat schreit. Ze klopt weer en harder. Als ze steeds geen gehoor vindt, en achter het poortje het zwoel gegons bhjft voortduren, alsof daar een dichte opeenhooping van menschen en dieren is, gaat ze, ineens vermoeid en verdroefd, dicht langs den burchtmuur over het> grachtijs naar den achterkant van het huis.

Onder den langen sleerit naast Zweder op het arrebankje, was ze in een gedurige opgetogenheid om het onverwacht geluk: haar vader tot de Kerk terug, straks het nieuwe leven

in als een Katholiek En nadat zij bij den Zutfenschen

weg uitsteeg, om Zweder alleen naar den stadsdokter te laten rijden, heeft ze snel en bhj door de boscblanen geloopen,

zeker van haar doel en doen Hier zoo eenzaam en nietig

in haar grijze huik, een sluike schaduw langs dien loggen bouw, wordt 't haar alsof ze droomt Is zij 't? hier naar

Sluiten