Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En een gouden klaarte deint door zijn en door Anna's gedachte:

„Jezus dan zeide hun: Nog een korten tijd is het licht in uw midden. Wandelt zoolang gij het licht hebt, opdat de duisternis u niet overvalle. En wie in de duisternis wandelt, weet niet waar hij gaat. Zoolang ge het licht hebt, gelooft in het licht, om kinderen des lichts te zijn"

Ze kunnen niet anders, ze moeten naar elkaar opzien, verrukt en verbijsterd om het wonder van deze woorden juist

vanmorgen Maar in het zwijgen, dat even hapert, begint

heer Marten ineens dof en diep Credo in unum Deum, Patremomnipotentem En ze luisteren in tranen, tot de oude stem bij het laatste Etvitamventuri s a e c u 1 i smoort in een snik.

Dan is 'tElbertweer die voortleest. Tot na het S a n c t u s, Sanctusde stilte blijft

De Al-verzoenende, de Zaligmaker is neergedaald in dit huis, te midden van de eindelooze bosschen en heiden het eenig bewoonde, waarvan wijd-om allen, die trouw bleven aan hun ouden grond en aan hun oud geloof, een toevlucht zochten. Protégé, Domine, plebem tuam per signum sanctae Crucis, klinkt het Offertorium na.. .■.

Zijn zij opgenomen in een wonder? Het missaal blijft gesloten, geen stem meer....

De oogen roerloos neer, zitten Elbert en Anna, de gevouwen •handen opgeheven tegen het hart. Zij ook hebben hun biecht gesproken. Ze wachten. Het morgenlicht is om hen heen'als de

zaligheid zelf Ze vragen niet wat er was of wat er komen

zal. Er is niets meer dan het licht waarin hun leven leeft

Sluiten