Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kransen en vlaggen en wilgetakken zijn versierd. De mannen drinken bij de vaten, ze dobbelen op de keteltrommen, staan als kinderen om den zigeuner met den dansenden beer, en

hossen om den doedelzak een boerendans In 't voorbijgaan

ziet hij 't met vagen blik. En eer het te weten, is hij midden in de eenzaamheid van de wijde hei....

'n Reiger vliegt met breeden vleugelslag over z'n hoofd.... die komt van de kim, waar het avondrood verpurpert in den nevel uit de plassen, en vliegt naar z'n nest in de bosschen bij Maurik.... Hij staart hem na.... Is 't niet of de stilte neerdaalt van zijn kalmen vleugelslag, statig en rustig, recht naar het doel.... z'n nest, z'n honk ? Geen schepsel of 't weet, waar

rust te vinden. Alleen hij zwerft van onrust naar onrust

om z'n eenig honk te vergeten: God! Bang voor den eenigen weg daarheen! omdat die leidt over z'n vaders huis....

Arm en gehavend en stervensmoe staart hij den vogel na.

Wenscht hij, als 'n kind, z'n vleugels? om stil heen te

vliegen, de hei over.... ginds de poort van het avondrood door — terug langs den weg, die hem heenvoerde op den zomeravond lang geleden, toen z'n wilde jacht in haat en

oproerigheid begon Had hij de kracht om het laatste van

z'n trots te breken! Brak God het maar zelf, hier, waar hij zich neerwerpt, de armen opengestrekt en het voorhoofd in het heikruid verborgen....

„Geslagen hebt Gij mij, maar niet genoeg Treed me

met uw voeten, dorsch me met uw toorn, kruisig me, zooals

Gij u zelf kruisigen het Verzoener en Zaligmaker Of

voldeedt Gij, liefdevolle, niet voor mijn zonden? vraag ik te veel, als ik zelf er voor wil voldoen en pijnen en nooden aan U offeren? Wasch me dan in uw bloed, drenk me in den stroom, die uit uw wonden eeuwig vloeit stralender dan

Sluiten