Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opbouwen, wat hij hen hier en alom in verdwazing hielp omverstooten.... Christus' kerk op aarde....

Hij zegt den verbaasden kurassier z'n rusting op te blinken en z'n rapier, dat het straalt....

□ □ □

Op de groene terp van Deuteren, die als een hoog eiland de scheiding is tusschen weien en water, staat vóór den puinhoop van het neergehaalde huis en tusschen de stronken der gevelde boomen, een groep piekeniers met de lansen geheven tot een stekelig bosch. — Ze zitten prat op hun kopschuddende hengsten, aangegaapt door de koetsiers en lakeien, de voerlui en de jongens, die rondom in het grasveld tusschen de tenten van Pinsen's kwartier, de wacht houden bij karossen en huifwagens en de afgespannen paarden.

Hier, waar de dijken van den legergordél uitmonden, die de Hollandsche en Veluwsche boeren door het wijde water opwierpen, heeft Stepraedt hun koets laten stilhouden.

Duizelig na het gedommel en geratel half den nacht door, zijn zij vieren zooeven uitgestegen, verwonderd over de triomfantelijke lansdragers, naar het gewoel rondom kijkend en voet voor voet tusschen de voortschuifelenden den weg

opgaande Uit de doodstille waterzee wijd-om drijft de

ochtendnevel al ijler door de gouden opklaring van den morgen den weg over. Deze is groen bezoomd door de grasbermen en wilgenboschjes, en bont door het gedrang der wachtenden, wier stroom hen meeneemt.

Dijsjes hand is in die van Anna gegleden, en wat schuw naast een, volgen ze zwijgend Dirk en Sofie, die zoo dicht mogelijk bij de stadspoort willen komen.

„We moeten van nu af opletten, of we hem zien," heeft Anna gezegd, en lijsje" kijkt eiken ruiter aan, die langs den

Sluiten