Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE SONNETTEN I

De rozen bloeien aan de groene heg, De witte trossen hangen naar mijn droomen.., Zie, de avond daalt, 'tis eenzaam aan den weg, De scheemring groeit en de eerste sterren komen.

O, dat ik nu uw bleek gelaat zag doornen. Dat ik mijn handen in uw handen leg'. Hoe heeft men alles van mij afgenomen: Uw stem is lang reeds uit mijn dagen weg.

En tusschen ons is de afstand uitgemeten Wijder dan al de waatren van de zee, Breeder dan al de landen, die wij weten.

Maar zoo gij wilt... geen schip is ranker

Dan 't schip der droomen, het ligt zeilensree,

— De vloed is hoog —, en 't deint en rukt aan 't anker.

Sluiten