Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SLANG

Van alle boomen in dien boomgaard: een Zag zij zoo gaarne, ach, om zijn schoone vrucht. Van alle boomen in dien boomgaard: geen Ging zij voorbij als deze, met een zucht.

Eens was te leven niets dan zoet genucht Met hem wiens oog haar zacht gelaat bescheen. Nu was ze hem en zijn gelaat ontvlucht, Ach, om dien boom, dien eenen boom alleen.

En leunend met haar handen aan den stam, Streelde zij stil zijn schors, en 't geurig blad Wiegde op den wind en koelde haar de wang.

Toen gleed omlaag en lekte lijk een vlam

En siste heet in 't lommer als een slang

Een stem: „Eet, Eva, eet!" Zij nam en at !

Sluiten