Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VOGELS

Terwijl de nachtspin aan haar webbe spon. Groeide de stilte rondom als het koren, Waarin de wind geheim zijn reis begon. En uit de stilte werd dit woord geboren:

«Wie geur en smaak kent van wat bloeit en rijpt Diep in de hoven mijner lichte rijken. En wie mijn smart als lieflijkheid begrijpt, Zal in zijn land mijn vogels neer zien strijken".

„En wie hen voedt en drenkt — hun reis was ver Die zal hun liedren hooren in zijn droomen En door het lokken van een gouden ster Tot aan den rand van mijn begrijpen komen".

En naast mij kwam hij staan, vriend van mijn ziel, Die in zijn kleed de geur droeg van de nachten. En wijl zijn schaduw op de mijne viel, Wees hij mij *t pad dat op mijn schreden wachtte.

Sluiten