Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Terug! ?" .— Op zijn roep en de druk van zijn voet Stort zich zijn paard in den stroom en 't verbond Van ruiter en rps, worstelt wint.... en de vloed Laat af en jankt als een hond.

Nu springt hem de vlaag als een wolf naar den strot, Een bliksemflits kraakt, dan buldert de slag, Maar ruiter en rijdier zijn één. Hoor, de spot Trilt in zijn schallenden lach.

De regen huilt aan, en 't is of hij spuit Uit duizende volle fonteinen; daar schiet Der borlende, sissende boschranden uit Een stortzee, die dondert en ziedt 1

En hoog loeit de storm in het razende woud; Valsch slaat de wind hem het loof in 't gelaat En spitst naar zijn oogen 't versplinterde hout En raast als geen middel meer baat.

Maar de ruiter pareert en houdt in en schiet voort. Al naar de kans, die het oogenblik biedt Hoe vast is de hand die regeert, hoe kalm 't woord, Of 't liefkoost en streelt of gebiedt

Zoo wint bij den topl En voor 't laatste nog sleurt De orkaan op hem neer; dan voor 't eerst striemt een kreet Als een zweepslag het paard, dat zich steigerend scheurt Los van dien greep en dien beet

En het pad leidt hem neer in de veilge vallei, > Naar huis uit de zuigende hel van de poel; Daar vindt hij de rust en de strijd is voorbij. Hij won <** en dat was zijn doel.

Sluiten