Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar kleine vorsch-oogjes 'n wijl Siegfried aan. Hij voelde haar scherpen blik en begreep, dat hij voor dat oude menschje niet veel verbergen kon. Goed, dan moest het maar uitgevochten worden vanavond.

Ook hij had zich op z'n gewone plaats in den ouderwetschen, ongemakkelijken armstoel gezet, die voor heeren-bezoek gereserveerd was. Wat uitdagend wierp hij z'n bovenlijf achterover tegen de mahoniehouten leuning, sloeg z'n beenen over elkander; z'n bewegelijk gezicht verstrakte zich tot resoluten ernst en in z'n oogen verdonkerde de gloed. Doch er kwam nog niets. Tante moest nog de beschuitjes presenteeren, Betje van thee voorzien, allemaal dingen, die iederen avond in de gebruikelijke volgorde plachten te geschieden met altijd dezelfde pretentieuse gebaartjes en maniertjes en de altijd weer eendere gezegdetjes.

Siegfried lette het op en in z'n geprikkelde stemming werd hem 'n ergenis wat vroeger hoogstens z'n ondeugende spotlust wekte. Goeie genade, wat een ouwe zeurkous was tante Cato onder de hand geworden. En dat temerige gedoe nu altijd maar te moeten slikken en altijd maar weer hef te moeten doen, tante voor en tante na te spelen, alsof je ze wonder-graag mocht en eenige waarde hechtte aan haar levenswijsheid, waar de schimmel vingers dik op zat. Duf, duf en smakeloos en verouderd was hier alles in huis, van 't behangsel en 't vloerkleed tot den gedachten-gang van de bewoonster. En hij zat maar hier, avond aan avond, als 'n zoete jongen wat banale praatjes te verkoopen met de dames, 'n kopje thee te drinken en beschuitjes te knabbelen, terwijl het leven hem riep, terwijl de wereld voor hem open lag.

En zoo zou 't ook blijven, wanneer hij eenmaal getrouwd was en brave huisvader nee, nog erger zou 't dan

Sluiten