Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. Hij zou langzamerhand dezelfde allures aannemen, dezelfde klein-steedsche, bekrompen inbeeldingen krijgen... zich tevreden voelen, als hij zoo 's avonds, met z'n pantoffeltjes aan. z'n krantje kon lezen bij 'n kopje thee of wat leuteren over de meid van mevrouw A, en den hond van meneer B.... Maar dat was immers 'n zich vergooien, dat was immers 'n niet woekeren met de talenten, die hij gekregen had, dat was voor den drommel 'n burgemans-tevredenheid, die den artist in hem vermoorden zou!

En terwijl tante Cato en Thilde met Bet je praatten over de feestpredicatie van den pater Capucijn, visioende plotseling weer voor z'n geest, hem duizelig makend, de stoute droom, die hem de laatste dagen als 'n verlokking vervolgde. Hij zag weer het groote en diepe podium, 'n kolossale wit- en gouden schelp, overstraald van zinderend licht. En in die schelp menschen, halfcirkelvormige rijen van dames en heeren, weelderig gekleede vrouwen en mannen-m-rok en vóór deze allen in de geweldige zaal, goud-en-wit eveneens en doorflonkerd van tallooze lichten, 'n zwijgende menigte. Maar boven allen uit op 'n verhooging, als geheven boven de talrijke luisterendwachtenden, 'n bleeke, jonge man.... hij zelf, die hief den dunnen dirigeerstok. En nu werd de stilte in de van licht doorjuichte ruimte zoo diep van ademloosheid, dat hij 't kloppen van z'n hart in doffe bonzingen hoorde. En daar daalde z'n hand en als voerde deze 'n tooverstaf, begonnen violen te klagen, ondersteund door cello's en bassen en uit honderd kelen steeg 'n machtige zang : het aanvangskoor van zijn oratorium. In wonder-teere vloeiingen en opstormende golvingen van klanken, ruischte het over de hoofden en drong in de zielen der hoorders. Totdat de mengeling van geluid aanzwol tot het imposante

Sluiten