Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij nu, lang vóór hij zich te bed zou begeven, de ongezellige eenzaamheid van z'n kamer? Omdat hij in kalmte overdenken wou, wat die vrijgeest van 'n van Rode al zoo beweerd had? Nieuws was daar immers niet in. 't Was immers louter de bevestiging van z'n eigen opstandige overwegingen. Of ging hij zoo vroegtijdig naar huis, omdat-ie de allures aan moest nemen van 'n solied

broekie met het oog op z'n reputatie, z'n carrière

ter wille van Thilde, die in benepen deugdzaamheid in alles kwaad of aanleiding tot kwaad zag?

Och, het een met het ander. Hoofdreden was z'n onvrijheid, de afschuwelijke onvrijheid, die — van Rode had het wel goed gezien — fnuikend was voor 'n artiest. O, vrij te zijn als van Rode, onafhankelijk en vol overmoedige levensdurf en de wereld voor je open te zien, je vleugels uit te kunnen slaan en te mogen genieten van je jeugd.... En bij, en hij, stommerd die hij was....

Hij drukte z'n vuisten tegen z'n kloppende slapen en of hij vluchtte, keerde hij ijlings het gebouw den rug toe, liep met haastigen stap langs de dofzwijgende slapende huizengevels naar z'n kamer.

Kou en regen hinderde hem niet meer. Niets bestond er meer voor hem dan z'n wild-warrende, met elkaar worstelende gedachten. Alsof hij 'n slaapwandelaar geweest was, onbewust van z'n doen en laten, hervond hij zich ten slotte op z'n kamer, neergeplompt in z'n leunstoel. Al het voorgaande: z'n thuiskomst, het beklimmen van de trap, was aan z'n bewust-wording voorbij gegaan.

Doch eindelijk deed het dichtklappen van 'n deur ergens in huis hem ontwaken uit z'n gepeins en nu merkte hij eigenlijk pas, dat hij nog niet eens licht had aangestoken en z'n hoed nog op 't hoofd en z'n jas nog aan had.

Sluiten