Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar was op de eerste plaats Siegfrieds bedroevende lauwheid in het godsdienstige, die hij niet eens meer ontkende of probeerde te verbergen. De hoofdoorzaak van z'n onvree met zich zelf en de heele wereld zag Thilde daarin. En niets verontrustte haar voor de toekomst zoozeer als juist deze bedenkelijke zielegesteltenis. Haar invloed, die ze in dezen trachtte te herwinnen, had — het ontging haar fijn-vrouwelijk instinct geenszins — slechts uiterlijk resultaat. De drang tot godvruchtige daden kwam bij hem met meer van binnen uit.

En hoe stond het met z'n liefde voor haar? Ze wist het niet, miste althans den moed om zich eerlijk rekenschap te geven.

De grilligheid van z'n humeur vertroebelde z'n genegenheid, dit was zeker. Doch ondermijnde ze ook niet z'n liefde? De momenten, dat het daarvan allen schijn had, waren niet zeldzaam. Nochtans daar tegenover, daar boven straalden uren van innigste teederheid en aanhankelijkheid. En ze geloofde tot de slotsom te mogen komen, dat hij nog wel waarlijk zielsveel van haar hield, maar beinvloed werd door de geraffineerde Leonie van Rode, die, ontegenzeggelijk alles op haar, Thilde, voor had.

Deze overweging mocht haar zwartste zorg verlichten, haar gerust stellen kon ze niet.

En naast deze, zwijgend doorleden bekommering, stond de kribbige humeurigheid van tante Cato, die zich grenzeloos ergerde aan de tegenwoordige verhouding tusschen haar nichtje en Siegfried, aandrong op 'n oplossing: 'n spoedig huwelijk of 'n verbreking van de verloving. Het laatste het liefst, het ze duidelijk genoeg uitkomen. Want fijn-gevoelig in haar uitlatingen was tante allerminst, als haar de dingen niet naar den zin waren. Ze

Sluiten