Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE GEDEELTE

I

Met sarrende gelijkmatigheid was den ganschen dag de regen gevallen; maar tegen den avond, plotseling en onverhoopt, werd het droog en in het grelle, electrische licht, dat hooge, zinderende, maan-witte booglampen sproeiden in de zwarte straten-gangen en dat uitdreef uit de étalage-kasten der tallooze winkels, ontlook het bonte, woelige nachdeven van Amsterdam.

Als met wijd-opengesperde, hel-hittige muilen slokten de ingangen der theaters, der tingeltangels en cinema's drommen pleizier-zoekers; in de restaurants vielen vakken verlaten eettafeltjes open, in de café's was 'n gaan en komen van late en nieuwe bezoekers, 'n Nieuw stadium in het dag-verloop ving aan. Of 'n feestroes na de druilerige regen-ellende de stad bevangen had, rumoerde en gonsde het onder de overvloedige hcht-schatering, die teruggekaatst werd door het spiegelend natte asfalt, waarin gouden glanzingen opleefden en uitdoofden onder den wirwar van duizenden zich reppende of slenterslijpende voeten. Auto's, met zuigende sliffer-geluiden van gummi over vocht plaveisel en langgerekt, waarschuwend hoorngeloei, equipages, de forsche drift der paarden betoomd, zeulende huurkoetsjes, snorrende trams als verlichte, voortglijdende glazen doozen, werkten zich door de foule, stopten voor een der vele gebouwen, waar vermaak van allerlei gehalte lokte.

Sluiten