Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Jawel, jawel. Maar erg gezeggelijk was u nou ook

niet". ,

„Des te grooter de eer, dat u me heeft kunnen temmen. Ik verzeker u, dat is 'n kunststukje op zich zelf".

Ze wierp haar hoofd met de weelde van glanzend zwarte haren trotsch in den nek en in haar oogen kwam 'n overmoedige flonkering, die beteekenen kon, dat ze zich z'n leiding net zoo lang zou laten welgevallen, als 't haar beliefde. Doch Siegfried merkte het niet op. Nooit nog had hij zóó tegenover haar gestaan. Iets als heimelijke vijandschap had hij tot nog toe bij de grillige actrice vermoed, al wist hij dit niet precies te motiveeren. Thans echter voelde hij, hoe de strakheid plots tasschen ben beiden gebroken was, hoe 'n vreemd-milde, bijna zwoele atmosfeer zich om hen te weven begon en bij gefascineerd raakte door haar daemonische schoonheid.

„Ik hoop, dat u de minder aangename toon, die af en "toe tij dens de repetities tusschen ons geheerscht heeft, zult willen vergeten", zei hij deemoedig in verlangen deze stemming te bestendigen.

„O, maar natuurlijk. En als u 't precies wüt weten, u is om uw onverzettelijkheid geweldig in m'n achting gestegen. Ikhou van mannen met 'n wil, weet u, vooral wanneer t-dan nog zulke knappe, kranige musici zijn als u, meneer R"mpke • „Hij voelde zich blozen. Mannen met 'n wil! Was hij 'n man met 'n wil? Maar waarom dan in 's hemels naam verzette hij zich niet tegen de charme van deze vrouw, die als 'n bedwelming over hem kwam? Waarom trok hij zich niet terug, nu het bloed waarschuwend te kloppen begon in z'n polsen en 'n nevel trok voor z'n oogen. En hoe was 't dan mogelijk, dat hij voor deze operette-ster, met 'n twijfelachtig veneden en n even twijfelachtig heden gevoelens in zich toeliet, die

Sluiten