Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vriezen en thans, ondanks de zonneschittering aan de puur-gewasschen, scherp blauwe lucht, was 't fijn koud. Maar verkwikkend en versterkend ondervond Siegfried de prikkelende vrieslucht, die z'n gesperde neusvleugels inademden. Het was of de gezonde koude in enkele minuten het onaangename gevoel uit z'n door nachtbraken verslapt lichaam verdreef en daarmee z'n door van Rode's spot opnieuw gewekte onrust-stemming. Snel, de een na de ander, vielen de zwarigheden weg. Als iets tastbaars leek hij plots het behaalde succes te bezitten, als iets, dat hij warm droeg in z'n borst, dat hem tegen straalde van de reclame-zuilen, waarop de hel-gele aanplakbiljetten de opvoeringen van zijn operette aankondigden. Het was, of hij als 'n ander mensch dan n dag te voren door de straten van Amsterdam liep en het rijpe, rijke, volle leven hem dezen zon-doorschitterden ochtend toejuichte met alle genietingen en alle schatten, waarover het beschikte.

En hij moest denken aan z'n vroegere, gewone dagtaak in het stille provinciestadje, als hij na den ochtenddienst in de kerk aan het les geven toog, aan het regelmatig bestaan daar, met als grootste, tijdelijke afleiding z'n bezoeken bij de familie van Rode. Want had aan z'n omgang met Thilde, de laatste maanden, eigenlijk niet alle innigheid en bekoring ontbroken? 't Had hem in ieder geval niet meer die emoties gegeven, waarnaar hij snakte. Doch thans stond hij te midden van het barnende leven, nu openden zich alle mogelijkheden voor hem, hoefde hij z'n handen slechts uit te strekken en toe te tasten, nu was er licht en schaduw, strijd en overwinning, waren er deugd en zonden.... nu was er alles wat je bloed koortsigen bedwelmend door je aderen joeg. En zou hij nu in 'n sentimenteele

Sluiten