Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voort bleef hollen op den weg, die verderfelijk voor hem worden zou. Want in dit moment van zelfinkeer peilde hij zonder zelf-begoocheling de diepte van geestelijke ellende, waarin hij reeds verzonken lag. Stelselmatig had hij z'n moreelen weerstand ondermijnd, z'n gewetensstem verstikt. Z'n deugd lag verbrijzeld, was ondergegaan in ongeregelde genietingen. Maar juist het besef van z'n verwording sloeg hem met machteloosheid om zich los te rukken van z'n tegenwoordig bestaan. Hij schaamde zich. Doch het was geen schaamte in ootmoed. Z'n trots kwam in verzet tegen 'n rouwmoedige zonde-bekentenis. En ook was er het menschelijk opzicht. Hoe kon hij, de geluksvogel, dien de fortuin van alle kanten begunstigde, plots alles opgeven om z'n ingetogen leven van vroeger opnieuw te beginnen? En met welk 'n hoon zou z'n vroomheidsbevlieging door de vrienden besproken en verdacht gemaakt worden.

Nee, hij kon niet meer terug. Het was 'n zwakke, dwaze gedachte ook maar iets van het verleden terug te wenschen, 't was 'n misschien begrijpelijke sentimentaliteit, 'n gevolg van 'n wat doezige droomstemming, maar om daardoor je levenshouding te laten bepalen was kranlczinnigheid.

Geen weekheid in 's hemels naam, maar durf en daden. Hij rukte zich op uit z'n hghouding, wierp 'n paar eikenblokken op 't haardvuur. Vonken knetterden omhoog als van 'n miniatuur vuurwerk, vlammen-tongen schoten uit en omlekten het nieuwe voedsel met haastige gulzigheid.

Het dof neerplompen der blokken had de zwijgende stilte van de kamer even opgeschrikt, en nu die weer gaaf en huiver-zwaar in den zich verdichtenden schemer om Siegfried stond, besefte hij eerst de neerdrukkende beklemming ervan. Bruusk brak hij z'n gemijmer af,

Sluiten