Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen vervolgde ze rustiger, haar stem dempend tot ver tr o u welij kheid:

„M'n eerste liefde was 'n student in de medicijnen. Sans le sou. Wat 'n luchtkasteelen hebben we samen gebouwd. Dat kost 'n schijntje, weet je. Maar 't is dan ook de onsoliedste revolutie-bouw, die je je denken kunt. Ik

begon als concertzangeres als een van de duizenden,

die beginnen en er nooit komen. Leege zalen en 'n aanmoedigende critiek. Ik kreeg 'n paar leerlingen, die me zenuwziek dreigden te maken en leed honger intusschen. Toen kwam ik door 'n toeval in connectie met den directeur van 'n cabaret. Die engageerde me en ik zong liedjes in Biedermeiercostuum met onmiddellijk, reusachtig succes. M'n brave student in de medicijnen vond dat ik me zelf weggooide. Misschien heeft-ie gelijk gehad. Maar daardoor ben ik, wat ben ik. Ik kan doen en laten wat ik wil, kan leven als ik wil. M'n door-en-door sokede medicus doktert nu ergens op 'n negorij, is getrouwd met 'n brave, prozaische vrouw, sjouwt zich dood in 'n uitgestrekte, moeilijke dorpspractijk. O, 'n prachtig opofferend leven, maar 'n hondenbestaan. Ik prefereer het mijne".

Ze stiet 'n kort hoonlachje uit, greep naar de doos cigaretten, die op 't rooktafeltje vlak/bij haar lag.

„Ik mag m'p gang wel gaan?" vroeg ze plots op haar gewonen toon.

Hij knikte stom. Haar geforceerde luchtigheid opeens klonk hem als gehuichel en 'n nieuw gevoel voor haar, iets als medelijden doorvloeide hem. De confidenties over haar jeugd en desillusies gaven hem 'n anderen, onvermoeden lajk op haar karakter. School onder haar grillige wuftheid misschien niet veel verbeten leed? Ook zij bleek haar zielestrijd gehad te hebben, waaraan de

Sluiten