Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ā€˛Minder dan ooit mag het tusschen ons uit zijn, meer dan ooit wil ik je vriend zijn", had hem de geestelijke bij het afscheid gezegd. Hij verachtte hem dus niet, er kon nog vriendschap tusschen hen beiden bestaan. Hoopte hij in z'n bekeering de uitredding uit z'n ziele-ellende te vinden?

Het duizelde Siegfried. Tijdens z'n biecht had in eindelijke ontspanning 'n nieuwe vredige toekomst soms met flitsen voor z'n geest gelicht en op de deernisvolle, zachte woorden van den geestelijke had hij z'n zinkende ziel opgeheven gevoeld in 'n sinds lang niet meer gekende sfeer van rust en hoop.

Doch nu hij weer aan zich zelf was overgelaten, leek alles wat zoo juist in hem was opgeheven, opnieuw ineen te storten tot 'n chaos van wanhoop.

Was het misschien maar niet het beste er in te berusten, Dachau en z'n goeien, welmeenenden vrind voor goed den rug toe te keeren en z'n leven van fortuinzoeker voort te zetten? Lag niet heel de wereld voor hem open en was hij niet bereid het geluk van het eene eind van de wereld tot het andere na te jagen, om het eindelijk machtig te worden....? Maar hoe, als alles ten slotte waan bleek, als er geen geluk bestond op de wereld.... als het eenige waarachtige geluk te verhopen was van het hiernamaals?

Die gedachte werd 'n obsessie. Als kon hij ze ontvluchten liep hij weg van het muurtje, waartegen hij geleund had, liep, zonder zich rekenschap te geven waarheen.

Maar plots vond hij z'n weg versperd door 'n traliehek. Hij gluurde op het afgesloten terrein. In vage omtrekken teekenden zich af tegen den grond de massale vierkanten van grafzerken en als armstrekkende gedaanten de opstand van grafkruisen. Dit sinistere gezicht vermeerderde z'n

Sluiten