Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trachtte te brengen, maar waarvan z'n halfslachtigheid hem nog steeds terughield.

,,'t Is volle ernst," zei van Rode en de toon van z'n zeggen overtuigde Siegfried, dat Otto den strijd volstreden had. „Ik ga naar de eenzaamheid en de rust, naar het witte klooster op de berg."

„Poëtisch!" Niet meer wetend, hoe z'n zieleangst te sussen, verviel Siegfried in ongewilden hoon.

Doch de ander deed of bij den uitroep niet hoorde.

„Wij moeten 'ns ernstig met elkander praten Sieg", zei hij opstaande en 'n paar stappen de kamer op-enneer-gaand als om z'n gedachten al loopend te ordenen. „Jij bent de eerste van m'n vrienden, van m'n familie zelfs, wie ik vertellen ga van de verandering, die in me plaats heeft gehad, dank zij Gods goedheid en barmhartigheid. Ja, dat klinkt misschien een beetje vreemd uit mijn mond, ouwe jongen, maar daar zal je aan moeten wennen", onderbrak hij zich zelf, met 'n glimlach zich keerend naar Siegfried.

En toen weer ernstig:

„Ik vind, dat ik verphcht ben aan jou dat zieleproces in alle bizonderheden te vertellen, omdat jij door mijn invloed en mijn voorbeeld verloren heb, wat ik sinds kort als het grootste geluk heb leeren beschouwen. En een van de dingen, die ik op 't oogenblik vurig hoop en waarvoor ik vurig bid, is, dat mijn invloed en voorbeeld opnieuw je helpen zal terug te vinden, wat je door mijn schuld bent kwijt geraakt".

Hij wachtte even, zette zich weer op de pianokruk en als kostte de bekentenis hem toch eigenlijk ontzaggelijk veel, steunde hij z'n hoofd in de handen en den blik naar den grond gericht begon hij, hakkelend aanvankelijk, doch spoedig rustig en beheerscht:

Sluiten