Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch al delicate gezondheid gekomen. Maar dat ze, gelukkig getrouwd, over haar lichamelijke zwakte heen geraakt zou zijn, ook hiervan was tante Cato overtuigd. En nu in plaats van het geluk, dat voor het grijpen gelegen had, het einde.... het eind door toedoen van 'n ondankbaren lichtmis....

Iets als opstand tegen de Voorzienigheid begon te driften in de gedachten van de oude vrouw, haar oogen brandden, droog van de tranen die niet vloeien wilden, haar handen wrongen zich in wanhoop. Doch vooral, als 'n marteling beefde in haar de weerzin tegen de ontmoeting met Siegfried.

Nog steeds kon ze de houding, die ze tegenover hem wilde aannemen, niet bepalen en voor de zooveelste maal wikte en woog ze de woorden, die ze tot hem zeggen wilde, om ze ten slotte weer te verwerpen als te kras of te zwak en in geen geval weergevend, wat ze innerlijk voelde.

Toen, op-eens, nog onverwacht-spoedig, schuchter ging de bel over, nauw hoorbaar. Het bonzen van haar hart zei, dat het Siegfried zijn moest. Ze stond op en rechtte zich in de volle fierheid van haar lange, magere gestalte. Zelf wilde ze hem open doen als 'n bezoeker, van wien men tegenover het personeel liever niet wil weten, dat men hem ontvangt.

En zoo ook kierde ze de voordeur open, juist ver genoeg, dat Siegfried binnen kon sluipen. En zonder 'n woord ging ze hem vóór naar de huiskamer. Daar stonden ze tegenover elkander, 'n tijdlang, zwijgend. Ze had hem de hand niet gereikt en hij scheen niet verwacht te hebben, dat zij het doen zou. Als 'n geslagene stond hij vóór haar, bleek, vermagerd, door verdriet en berouw verteerd en alsof hij niets liever

Sluiten