Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hart stilstaan, 'n Ijzige koude streek langs z'n gezicht, z'n knieën knikten als krachteloos en hij had de gewaarwording, of hij, in 'n duizeling, vallen zou.

Maar Bögner had niets van z'n ontroering gemerkt. Joviaal had hij reeds z'n arm onder dien van Siegfried gestoken om hem de vestibule binnen te leiden; en werktuigelijk, gedwee het Siegfried zich meevoeren. En toen lüj de trappen beklom, rees de twijfel: was het geen begoocheling geweest, was die vrouw in het indecente pierettecostuum wel Lilly ? Geen tijd had hij gehad om er zich van te overtuigen, den naam van de actrice had hij niet kunnen lezen. De ontroering had hem te zeer in verwarring gebracht en te spoedig had Bögner hem verder gevoerd. En toch — en toch — neen de eerste indruk was niet misleidend geweest, dat zei hem overtuigend de ontsteltenis van z'n hart. In 'n soort lafheid, in 'n zich willen verschuilen voor de afschuwelijke werkelijkheid ging hij twijfelen aan dit wonderlijke samentreffen, dat Lilly zich zelf en haar talenten verlaagde in het zelfde gebouw, terzelfder tijd, dat hij het beste wilde geven waartoe hij met zijn gaven in staat was.

Toen hij het podium betrad, waar het koor en de orkestleden hem reeds wachtten, de solisten aan hem voorgesteld werden, voor zoover hij ze nog niet kende, was hij de emotie nog lang niet te boven en met moeite herkreeg hij z'n zelfbeheersching.

De gedachte aan Lilly verliet hem geen moment, het onverwachte weervinden was het alles overstelpende. Maar hij moest zich beheerschen. Daar, vóór hem wachtte dicht opeen gedromd de talrijke schaar zangeressen en zangers, het knapenkoor, de orkestleden, die hun instrumenten reeds gereed hielden. Zij wachtten allen op het teeken, dat hij geven zou. En in de zaal wachtten

Sluiten