Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oostelijken hemel staan allerteerste silhouetten van vulkanen. Lang en flauw gebogen dat van den Tengger; steiler en ijler van tint dat van den Jang; grilliger van omtrekken eindelijk de Ringgit, de vulkaan ruine bij Panaroekan.

Bosschen en ravijnen met hooge watervallen zijn in de onmiddellijke nabijheid van Prigen en van het dichtbij, enkele honderden voeten hooger gelegen Trètès.

Geen wonder, dat Soerabajasche kooplui al spoedig daar hun vacantie-oord vonden.

Toch lees ik in een beschrijving van de hand van J. W. H. Cordes, opgenomen in den Indischen Gids van 1890, dat het logement in 1882 door een tekort aan gasten moest opgeheven worden, en dat daarna een jongenskostschool een kortstondig bestaan in die woning voerde. Thans is er zoowel in Prigen, als in Trètès een hotel.

Onder de eerste Soerabajanen was een Schot, de Clonie Mc. Lennan, een geweldig jager, die zich boven Trètès, heel hoog in het gebergte een jachthuis bouwde, dat nog steeds onderhouden wordt en den Ardjoenobestijgers een welkom onderdak verschaft, beter dan zij het op verreweg de meest Indische bergen zullen aantreffen.

Naar dat hoogst gelegene aller Indische huizen reed ik op een zonnigen morgen, één van een kleine ruiterstoet, gezeten op de Javaansche bergpaardjes, die zoo zeker hun pooten weten neer te zetten te midden van het labyrinth van steenen, dat euphemistisch „weg" wordt genoemd.

Gevolgd werden we door koelies, die zware kisten met instrumenten naar boven piekelden.

Zij die niets hadden te dragen, werden nog gedragen ook, maar de veeldragers moesten bovendien hun eigen lichaam naar boven sjouwen. Dat is die eigenaardige logica, die men overal in natuur en maatschappij ontmoet en die mij zeker tot diepzinnige overpeinzingen over de twijfelachtige rechtvaardigheid der lots-verdeeling hier op aarde gebracht zou hebben, ware niet mijn aandacht te veel geboeid geworden door uitzichten op weidsche panorama's bij keerpunten van den weg, als mede door gecompliceerde manoeuvres, waartoe mijn rossinant zich op bizonder phantastische weggedeelten genoodzaakt zag.

Eindelijk beginnen die evoluties, al te wonderlijk geworden, mij tot

Sluiten