Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jammer is dat zeker, want de berg stond aan den vooravond van een hevige uitbarsting en het zou belangwekkend hebben kunnen zijn nadere gegevens omtrent de grootte van den slakkenkegel te hebben gekregen uit een tijd, toen de spanningen in het binnenste al groot waren geworden.

Ruim twee jaren later, op den 27sten December van het jaar '22 begon het schrikkelijk spel met aardbevingen, die in toenemende hevigheid vermoedelijk den berg inwendig verscheurden, zoodat de gloeiende lava en gassen uit zijn vuurhaard door de geweldige drukkingen van de zich verwringende aardkorst door de kraterpijp naar den top werden geperst, om daar het luchtruim in te worden geslingerd.

Asch en gloeiende steenbrokken werden onder daverend gedonder uitgeworpen, vuurstroomen daalden langs zijn flanken af, alle woudbegroeiing weg vagende.

Dessa's, op de westhelling gelegen, werden onder de afstortende steenhoopen bedolven of door het vuur verbrand en helgrijze asch bedekte de Kedoe-vlakte, als ware de winter in de tropen gekomen.

Vijf dagen hield deze verschrikking aan en daarna viel acht dagen lang de regen in stroomen neer, zoodat steenen en modder zich in woeste bandjirs uit de opgevulde ravijnen over de vlakten uitstortten en vruchtbare akkers in woestenijen veranderden.

Toen Junghuhn in 1836 op Seló kwam, was daar nog een oude Europeaan, tuinman op het lustverblijf van den soesoehoenan, die de uitbarsting had meegemaakt en uit zijn herinneringen verhaalde, vooral over het donderende geweld. Dat was toch het laatste geluid, dat hij in zijn leven had gehoord; want de Merapi keilde hem welgemikt een kei op zijn kop, die hem niet het leven, maar wel het gehoor benam.

Junghuhn's berichten over den Merapi zijn natuurlijk zeer uitvoerig, ook geeft hij een kaartje van den krater, wel is waar niet zuiver topographisch opgenomen, maar toch op eenige barometrische hoogtebepalingen berustende.

Bovendien teekende hij profielen en gezichten op kraterrand en slakikenkegel, die zijn opgenomen in een atlas, welke bij het bovenaangehaalde :in Magdeburg uitgegeven reiswerk behoort. tjy$ï&

Junghuhn was geen groot teekenaar en de gezichten zijn dan ook Van een kostelijke naïveteit.

Sluiten