Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hen begeleidende Javanen dalen in den krater af en zij willen volgen, maar, onze oudgast verongelukt bijna, doordat een steen onder één zijner voeten loslaat en ook zijn eene hand haar steunpunt verliest, zoodat hij aan één hand en voet blijft hangen, wat den ouden man na 40 jaren nog doet ijzen.

De Commandant schrikt zóó, dat hij dadelijk laat terugkeeren.

Maar ze geven het niet op en willen, zoo noodig, trappen laten houwen; de Javanen komen echter met de boodschap, dat aan de andere zijde het pad veel gemakkelijker is, en dat ze daar rotans, om langs af te dalen, hebben uitgehangen.

Dat moet, meen ik, bij den overlaat geweest zijn.

Als oudgast echter de Javaan, die voor hem loopt met één voet in den weeken bodem ziet zakken, keert hij spoedig om.

Bijzonder duidelijk is hier het verhaal allerminst, alleen in zoo ver, dat de man blijkbaar een heilloozen angst voor zulk een vulkanisch terrein had.

Aan den meeroever zelf schijnt hij toch niet geweest te zijn, want hij schrijft, dat hij zijn geweer in het meer afschoot, maar den kogel niet kon zien, waaruit hij opmaakte, dat het zeer diep moest zijn.

Maar hij gaat wel naar den overlaat, waar het meerwater door een opening wegstroomt, en dat met vreeselijk geraas.

Dat geraas is allicht sterk aangedikt, maar geheel onmogelijk is het niet, dat toen momentaan veel water uitliep.

De waterstroom verloor zich in een onderaardsch hol, waaraan nog een ander grensde, in welk laatste zij kruipen en waar zij bevinden, dat bitter en samentrekkend water uit de wanden druipt.

Ook nu nog is onder de sluis de kloof van de Banjoepait schrikwekkend ingesneden tot kloven als holen, met doorgroefde wanden vol messcherpe rillen, waardoor traag, vilain groen water vloeit. Het was mij gemakkelijk, om een eindje af te dalen en uit een gunstig standpunt een foto te nemen.

Verder dalwaarts wordt de kloof nog wóestert vol loodrechte wanden. Stöhr trachtte in 1858 die klooftrap te bestijgen en'op die wijze den meeroever te bereiken en heeft een levendige beschrijving van zijn avontuur-

Sluiten