Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reedschappen, bestegen wij vol goéden moed den berg en kwamen des middags op den hoogen kraterrand.

En ziet, daar diep onder ons, lag werkelijk het vlot!

Met nieuwsgierige blikken begluurden wij door den veldkijker den bamboezen dreadnought, waarop wij in de volgende dagen' onze heldendaden zouden moeten verrichten.

Niet rank als de prauwtjes, maar hoekig en stevig zag het er uit; 't had dan ook geen gering punt van overweging uitgemaakt hoe het te laten bouwen. Ervaring, in Juni met een vlot op het Kloetmeer opgedaan, had mij daarbij geholpen.

Hoog opgebouwd was het om de roeiers en onze schoenen tegen het zure water te beschermen en plaats voor vier dajongers was aanwezig; want nog voelde ik par manière de dire, mijn rug van het een uur lang hard dajongen om tegen den wind op te komen, tegen welken mijn twee Kloetroeiers alleen niet opgewassen bleken te zijn. Ook leuningen waren aangebracht; ik had toch geleerd, dat zij uiterst gemakkelijk, hier zelfs allernoodzakelijkst zouden zijn. Verder was er een handige plaats om de handlier vast te sjorren en te bedienen en een dwarsplank, die als tafel voor allerlei benoodigdheden uitnemenden dienst heeft bewezen.

Vijf meter lang en twee breed was ons galjoen en het bleek voor een bemanning van zeven (één dag, zelfs acht koppen) lang geen overmatige tonnenmaat te hebben.

Snel aten wij wat en zonderden uit onze bagage af, wat mee naar beneden naar het meer moest gebracht worden. Toen dadelijk op weg.

Het nieuwe pad naar de sluis loopt niet, zooals men vroeger ging, eerst naar den bovensten kraterrand, maar met matige stijging tot een punt, dat ongeveer tweehonderd meter boven het meer ligt en van daar daalt het langs den wand van den afgrond met uitgehouwen treden gemakkelijk af. Het figureert, met zijn touwtjes gespannen langs een paar geëxponeerde gedeelten, als een paleistrap onder de bergpaden, en is heel wat minder gevaarlijk dan een uitgesleten wenteltrap in een oud Leidsch huis voor een aangeschoten student is7

Op een holletje ging het naar beneden, want er was iets, dat mij in gespannen verwachting hield — hoe warm zou het meerwater zijn?

Sluiten