Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het staatsstuk aan een satelliet over, die het lang en zwijgend aankeek; men hoorde zijn ongesmeerde hersens knarsen, maar begrijpen deed hij het niet. Toen vroegen wij of er soms een maleisch sprekende orang onder de aanwezigen was, en werkelijk, een dandy ontpopte zich als tolk.

Hij kon den brief lezen; alles zou nu wel goed af loopen, meenden wij; de uitkomst was echter zeer teleurstellend, want niemand dacht er aan om te blijven en wij werden minzaam verwezen naar het onderhoofd, die op Lombok „klian" heet. Hoopvoller was echter de mededeeling, dat de kapala van Sembaloen Bloemboeng (het dorp aan welks ingang wij toen stonden) thuis zou blijven.

Het maleisch sprekende jong'mensch bracht ons naar dien dorpsburgemeester en weldra zaten wij onder het afdak van een Sassaksche woning te confereeren met zijn Edelachtbare of hij ons den volgenden morgen dertig dragers zou kunnen bezorgen, niettegenstaande een zoo belangrijk gedeelte zijner burgers naar de lage landen was afgedaald.

De kapala, een stotterend sprekend en weinig intelligent uitziend man, meende dat tot stand te zullen brengen en eenigszins gerustgesteld, wandelden wij het dorp door en namen onzen intrek in den op eenigen afstand gelegen pasangrahan.

Het was ruim acht jaren geleden, dat in dien zelfden pasangrahan gedurende een paar weken de leden der elbert-expeditie huisden en het Sembaloensche hoogland, mitsgaders zijn bewoners in alle richtingen door hen onderzocht werd.

DR. Elbert had eenige jaren te voren, als lid der Selenka-expeditie Sumatra en Java bereisd en was in 1909 teruggekeerd met zijn jonge gade en een in Bali gevonden assistent, den heer Gruendler, om onderzoekingstochten in de kleine Soenda-eilanden uit te voeren.

Zij waren van Lombok's Noordkust uitgegaan, hadden eerst aan het kratermeer gekampeerd, hadden daar verzameld en waargenomen, rondgevaren en rondgeklommen en vervolgens den Rindjani beklommen.

Vermoeid en aangegrepen als zij waren door hun zeer intensief onderzoekingswerk, bracht het verblijf op de heerlijke Sembaloen-hoogvlakte hun verkwikking, zij het ook geen rust, want met onverflauwden ijver bestudeerden zij land en volk. Tal van ethnografische bizonderheden werden

Sluiten