Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder mij rezen nog eenige grillige rotstorens uit de steile hellingen op, maar zeer dichtbij al gaapte als bodemloos de afgrond. Ter rechter wist ik dat de steenen, die voor mijn voet afgleden vijf duizend voet langs enorme rotswanden zouden neerspringen om te vallen in het vreedzame dal, waarin de rijzige tjemara-boomen zoo klein leken als speelgoed-boompjes. Ter linker zou het afglijdend puin een val van anderhalf duizend voet doen om op den roodbruinen kraterbodem te storten.

Met belangsteling keek ik in dat reuzengat en, den aanblik vergelijkende met wat ik wist van de photo, die Gruendler hier in het jaar 1909 nam, constateerde ik, dat de tegenover mij liggende solfataren vrijwel onveranderd waren gebleven.

Het laagste gedeelte van den kraterrand, dat 350 meter onder mij lag, zag ik oostelijk van mij en ik kon de puinhelling ontwaren, langs welke Elbert, die na een gevaarvollen tocht, dien rand had bereikt, tot den kraterbodem kon afdalen.

Overweldigend was het panorama door de oneindige veelheid der beelden, die zich aan het oog opdrongen, door de matelooze verten die men overzag en de niet te omvademen wijdten der wateren, waarover zijn blik weidde.

Dichtbij scheen de noordkust, waarop ik van een even groote hoogte (3800 meter) neerkeek, als de Montblanc - bestijger op het dal van Chamounix, en als een gigantische rivier liep straat Alas langs de Oostkust van het eiland.

Vol van de fijnste morgentinten was die breede waterstroom en rotsachtige eilandjes dreven als edelsteenen op haar opaliseerende vlakte, die omlijst werd door de wazige bergruggen van Soembawa. Hoog boven den morgenmist dreef als een versteend tooverschip de breede top van den Tambora, die eens — het is thans een eeuw geleden — de lachende beemden, waarop ik neerkeek onder asch bedolf, dood en verderf brengend.

Ver in het westen keken de spitse toppen van de hooge Bali-bergen boven de heiïge lagen, die in den Oostmoeson deze landen bedekken en het werd mij begrijpelijk dat van Schaik, toen hij als eerste mensch dit panorama genoot, het voornemen opvatte om te trachten ook den, toen eveneens onbestegen, Plek van Bali, den hoogen Goenoeng Agoeng, te

Sluiten