Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichtgesoldeerd. In vijf gelederen van zes werden ze daarna opgesteld, vervolgens met rottan op tjemara-takken gebonden en een dekraam van bamboe boven op die zes rijen vastgemaakt, terwijl drie zitplaatsen van uitgeslagen blikken en twee van gespleten bamboe aangebracht werden.

Daarmee was dan ook het laatste beschikbare blik en het laatste aanwezige stukje bamboe verbruikt, maar het vlot was klaar. In het midden was een opening vrij gehouden voor het looden; een lier was spoedig van tjemara-hout vervaardigd, terwijl een vijftal dajongs met behulp van de planken eener uit elkaar geslagen blikjeskist werd gefabriceerd.

Na drie uren arbeidens liep ons schip van stapel, d.w.z. zestien Sassaksche schouders droegen het in het meer .... en ziet, het dreef met groote drijfkracht!

Dat wij het zouden kunnen bemannen met Sassakkers, wisten wij dat buitengesloten was; geen Sassakker zou het wagen op dat heilige meer te varen.

Elbert en Gruendler, die ook een vlot hadden samengesteld, poogden te vergeefs hun dragers daartoe over te halen en waren verplicht zelf uren en uren te roeien.

Wij waren echter in gunstiger omstandigheden, want mijn metgezel had eenig personeel vooruit laten gaan en zoo werden twee maleiers en een makassaar tot roeiers benoemd. Maar dat wij ook mede zouden moeten werken, wist ik vooruit, geleerd door ervaringen op Kloet- en Idjen- meer opgedaan.

Plechtig doopten wij ons vaartuig: „het vlot Batara'' en weldra werd tot een proefvaart besloten

De geheele bemanning begon met kracht te pagaaien, maar na een minuut of tien waren wij nog zóó dicht bij het punt van afvaart, dat ik tot de droevige overtuiging kwam van slechts een miniem onderdeel van een knoop per uur afteleggen, zoodat het vele uren zou kosten om het meermidden te bereiken. Erger nog — dat het volslagen onmogelijk zou zijn om tegen den wind op te werken, integendeel dat de wind ons onweerstaanbaar zou meevoeren.

En daar de wind juist uit de kloof van de Koko Poeti placht te waaien, zouden wij niét meer naar onze kampplaats terug kunnen varen.

Sluiten