Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer en eindelijk door de heerlijke bloemenweelde der hoogste hellingen bij schitterenden zonneschijn.

Hier geen lugubere kratervelden, geen doodsche zandvlakten, noch grimmige, rookende sulfurwanden, maar lachende scharen van bloemen dragende struiken en planten, die met ons meeklommen als een bende van vroolijke kinderen, blij over het heerlijke weer van den middag met zijn blauwe lucht en groote ronde, witte wolken.

Met allerlei werk was de namiddag voorbijgegaan en wij zaten bij een sober avondmaal, toen de wolken voor goed van den bergtop waren geweken en de wereld om en onder ons wachtte op den zonsondergang.

Al meer en meer daalde de zon en wierp op de oostelijke vlakte den schaduw van den berg als een grauw silhouet met bruinlichtende randen, dat ontstellend groot was en, al groeiend, het geheele landschap dreigde te overmeesteren. Naar het Westen toe verdrongen zich grillig optorenende wolkenmassa's en tusschen hun wit glanzende flanken zagen wij groene velden, flikkerende waterspiegels en blinkende rivierlinten. Gloeiende balken van zonnelicht vielen door wolkenpoorten heen als in een brandend huis; al rosser werd de schijn, die door die vensters op de wolkenmuren viel en de verre landouwen, die wij als door lange nevelgangen heenzagen, kleurden zich met onbeschrijfelijke tinten; van vocht doorweekte tinten, van verheid verzadigde en van vreemdheid verwonderde; tinten die men zich later enkel nog maar voor het gesloten oog kan terug tooveren, als muziek de banden, die den geest plegen te knellen, geslaakt heeft. Muziek!

Konden bij zulke uitzichten haar klanken meeklinken, het gemoed zou zich wijder kunnen openen om de overgroote schoonheden der natuur op te nemen.

Nog herinner ik het mij, hoe wij te Venetië in een kerkkapel stonden, bewonderend opkijkend naar het gewelf, langs welk de exaltische figuren van Tiepolo hemelwaarts bpstreefden en hoe plotseling een golf van orgelmuziek door de kerk stroomde en toen een sluier van de oogen wegviel, de kleuren inniger werden en de figuren levendiger, hun blik verrukter en de geschilderde hemelhoogte tot een oneindige verte wegdeinsde.

Maar hier zweeg de natuur; geen vogelstem liet zich hooren, geen verre donder rommelde en uit de vlakte, diep onder ons, steeg geen geluid

Sluiten