Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAAR INSULINDE'S HOOGSTEN VULKAANTOP

HEENREIS.

AN de kunstmatigheid der verfijnde beschaving tot de natuurlijkheid der oorspronkelijke staat is maar één stap; dat is de stap op den harden weg uit de auto „en panne". Dat is het stijgen uit het gemakkelijke voertuig, dat in vliegensvlugge vaart ons langs den langen weg voerde en, plotseling

voor een onoverkomenlijke hinderpaal gestopt, ons voor de keus stelt: terugkeeren of te voet verder gaan. .

Ook mij werd die keus gesteld en daarbij tevens een les gegeven.

Moeiteloos toch had de auto mij over de vroeger zoo eindelooze afstanden langs de lengte-as van Sumatra gebracht; van Fort de Koek was de wagen naar Padang Pandjang gesneld en afgedaald naar het meer van Singkarak. Met onverminderde snelheid had hij de ontelbare bochten van den oostoever omgereden en, zijn vaart versnellend, de rechte wegstukken in de wijde vlakte van Solok doorsneden. Daarna langs vele serpentinen den bergrug, die de vlakte in het Zuiden afsluit, bestegen en aan de andere zijde naar Alahan Pandjang afgedaald.

Aan mijn oogen was panorama na panorama voorbij getrokken; nauw had ik getracht het eene uitzicht in mij op te nemen of het volgende opende zich, als onder het afgrijselijke wangeluid van den autohoorn een scherpe bocht werd gerond. Steile stijgingen verrieden zich door het razende gesnor van den motor in Nde versnelling, bochten door onaangename uitingen der middelpuntvliedende kracht; maar zonder vermoeienis kwam ik aan de Alahanpandjangsche rijsttafel en vervolgde, na die genoten te hebben, de rit, die nu een afdaling in het dal van den Batang Hari werd. Daarna zou de auto mij langs den mooien weg, door het dal der Seliti, naar Moeara Laboeh voeren en verder naar Soengei Landai, mijn einddoel. Een honderd zes en veertig paal zou het benzine-monster moeten afleggen.

Sluiten