Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inmiddels is het christendom in de wereld getreden. Eerst later zullen wij eene geschikTè~a"ahlëïding vinden om meer uitvoerig aan het oudste christendom onze aandacht te wijden en de beteekenis na te gaan, die het voor de wijsbegeerte heeft gehad. Reeds thans zij opgemerkt, dat het weldra, terecht of ten onrechte, — dat zij voorshands in het midden gelaten, — bezweek voor den machtigen drang om zich tegenover de wereld te rechtvaardigen, en zijn recht van bestaan te verdedigen. Daartoe trad het apologetisch op en bestreed zijne vijanden en belagers met hun eigen wapenen. Doch dit ondernemen bleek weldra alles behalve ongevaarlijk voor het christendom zelf; want het moest zoodoende, — het kon wel niet anders! — gelijkvormig worden aan die wereld, die het als zijn grootsten vijand beschouwde. Het christendom wordt eene sterk aangroeiende macht; maar die macht heeft een wereldschen bijsmaak. Met behulp van de Grieksch-Helleensche philosophie bouwt het zijn dogmatisch stelsel uit, aldus zijn geloof voor de wereld trachtende te rechtvaardigen; ten einde machtig en gezaghebbend te kunnen optreden, wordt het een zichtbare kerk, een op de aarde gevestigd Godsrijk; en ten einde zich als zoodanig te organiseeren, richt het zich in naar het voorbeeld van het Romeinsche keizerrijk en de daarin door Diocletianus en Constantijn den Groote gevestigde hiërarchie. De kerk gebruikt de Grieksch-Helleensche philosophie om haar theologisch-dogmatisch stelsel uit te bouwen, en maakt dientengevolge de wjjsbegeejtejgk.de „dienstmaagd'' der theologie. Daarom was de kerk zoo ingenomen met het stelsel van Aristoteles. Het denkgebouw, dat hij had opgetrokken, kon uitnemend dienst doen als een indrukwekkend voorportaal, dat toegang verleende tot den grootschen tempel der christelijke theologie. De aardsche wijsheid, zooals zij door den veel zij digsten aller Grieksche denkers aan het nageslacht was vermaakt, vond hare bevestiging, aanvulling, voltooiing in die hemelsche wijsheid, waarvan de groote christelijke denkers en kerkvaders de tolken en verkondigers waren.

Van de Kerk sprekende, mogen wij evenwel niet vergeten, dat er naast de Roomsch-Katholieke Kerk in het Westen, ook nog eene

Sluiten