Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i

gewoon is de hleaten te noemen. Dien naam dragen zij naar de stad Elea in Zuid-Tralie wa'ar Ym>n*hn--*e a*. ..it v\a\„ a „;a _n u

, j , -..^«...^««KlUOUgC

Stichter dezer wiispeerip-e school, 7irh vMticrde »>n «.aar i^t»r n,.

menides en Zeno, eveneens tot die school behoorende, geboren werden, leefden en werkten. Bij Xenophanes hebben wij in de eerste >( plaats stil te staan.

Hij werd in 580 te Kolophon in Klein-Azië geboren. Op zijn 25s,e jaar verliet hij, waarschijnlijk om zich aan de Perzische heer-

; schappij te onttrekken, zijn vaderstad, zwierf bijna 70 jaar lang door alle Grieksche landen en bezocht zeker ook wel menige nietHelteensche streek. Alom als rhapsode zijn eigen gedichten voordragend, kwam hij o.a. ook op Sicilië, en bezocht daar Messana, Catania en Syrakuse, waar hij aan het muzenhof van koning Hiero

ti Simonides en Pindarus, Epicharmes en Aeschylus leerde kennen.

-•■ Te Elea vond hij ten slotte een tweede vaderland en eindigde er zijn bijna honderdjarig leven.

Tal van gewichtige staatkundige gebeurtenissen vielen in die eeuw voor. Wij herinneren aan den ondergang van het Lydische

I rijk, aan den mislukten opstand der Ióniërs tegen Perzië, aan de

I Perzische oorlogen in het Oosten en den gelijktijdigen strijd der

i Grieken tegen de Karthagers in het Westen. Xenophanes bezong de wordingsgeschiedenis van Kolophon en van Elea in epische

> gedichten, die verloren zijn gegaan; enkele fragmenten zijner Elegieën zijn bewaard gebleven.

I Hij was geen vriend van stilte en eenzaamheid, maar een strijdlustige natuur. Hij maakte ijverig propaganda voor de in dien tijd als nieuwe richting opkomende geestesbeschaving en verklaarde den oorlog aan den specifiek Helleenschen eeredienst van het schoone, j inzonderheid aan den athletischen sport, zooals die van oudsher

I < op voorbeeld van de Doriërs beoefend was. Ja, hij durfde zelfs 1 dat wat voor alle Hellenen het allerheiligste was, te weten de

i 1 nationale epische poëzie van Homerus en Hesiodus, met vermetele ilhand aan te tasten en voor „fabeltjes uit lang vervlogen dagen"

II uit te maken. En die vermetelheid kwam niet voort uit jaloerschheid of

Sluiten